terug naar Parktuin Oosterhouw

ROZEN


 

In de voortuin staan voornamelijk roze rozen die in 1868 reeds in cultuur waren. Ook wat betreft de andere rozen beperken we ons tot bepaalde groepen voornamelijk oude rozen. Nieuwe rozen staan alleen op het talud bij de vijver: uitsluitend lage witte van de kwekers Meilland (Fr.), Kordes (D.) en Lens (B.). Austin rozen ontbreken: struik en bloem met "computergestuurde kleuren" staan in geen verhouding tot elkaar. In de achtertuin staan voornamelijk rozen uit het midden van de vorige eeuw (violette rozen en rozen met gestreepte bloemen, alsmede de groep Alba rozen) en uit het begin van deze eeuw : de muskusrozen van Ds. Pemberton, de dominee die de kerk de rug toekeerde om zich geheel aan het kweken van rozen te kunnen wijden. Een speciale hobby vormen de enkelbloemige theehybriden, die tussen andere planten, met name bloemenborders zo goed zijn in te passen, bij de tuinbank onder de vruchtbomen.

Voor meer rozen zie Rozentunnel borg Verhildersum


Perk 1 Botanische rozen (niet inheems) Species, natuurlijke soorten, die alle op het noordelijk halfrond in de natuur voorkomen of voorkwamen.

NAAM IN CULTUUR VANAF KLEUR BIJZONDERHEDEN
       
C 1 R. hybernica voor 1889 roze geurend, tot 2 m, kort bloeiend
C 2 R. roxburgii var. normalis 1864 wit tot licht roze een bloem of enkele bijeen
C 3 R. odorata 'Niszr'      
C 4 R. farreri persetosa   roze kleinbl., 1.50 m, halfschaduw
C 5 R. nitida E 1807 helderroze ronde rode bottel, 60 cm, zomer
C 6 R. woodsii var fendleri E 1820 lilaroze 1.80 m
C 7 R. rugosa E 1796 hardroze 1.50 m, rode bottel
C 8 R. penzanceana 'Mannigs Blush' voor 1799   halfgevuld, appelgeur, 1.50 m
C 9 R. glutinosa E 1821   bloemen alleenstaand
C 10 R. setipoda 1904 roze dichte trossen, bottels, zeer dicht bijeen
C 11 R.glauca (syn. R. rubrifolia) 1818 roodroze berijpt blad,1.80 m, rode bottels
C 12 R. virginiana (syn. R. lucida) E 1696 roze-rood herfsttint, l.50 m, zomer
C 13 R. californica 'Plena' Rusl 1911 dieproze halfgevuld, bijenplant, 2.50 m
C 14 R. roxburgii voor 1814 wit/roze enkelbloemig
C 15 R. pendulina 1683   roze, bottels flesvormig.

 

Perk 2 Gallicarozen en enige Remontantrozen. Keizerin Joséphine had op Malmaison reeds 150 verschillende Gallica's, waarvan enkele nog in cultuur zijn. Remontantrozen of hybrid perpetuals verschillen niet sterk van de Bourbonrozen. Ze werden vanaf 1837 in cultuur gebracht in Frankrijk. In "The Rose Garden" vermeld William Paul in 1888 reeds 661 verschillende Remontant rozen.

zeer licht roze
NAAM IN CULTUUR VANAF KLEUR BIJZONDERHEDEN
       
C 16 R. 'Impératrice Joséphine' ? 1583 papierachtig, roze zwakke geur, 1.20 m
C 17 R. gallica 'Complicata' 1800 frisroze enkel, 2 m, zomer
C 18 R. 'Belle Isis' Fr 1845   enkel, 200 m, zomer
C 19 R. gallica L sinds oudheid roze-rood maakt uitlopers, 80 cm
C 20 R. 'Ducesse de Montebello' voor 1829 zachtroze gevuld,1.20 m, zomer
C 21 R. 'Rose du maître d'Ecole' Fr 1840 oudroze gevuld, 1.20 m, zomer
C 22 R. 'President de Seze' 1836 lichtroze ,dikgevuld, 1.20 m, zomer
C 23 R. 'Duchesse de Berry' 1825 helderroze lichtgevuld
C 24 R. 'Paul Ricault' 1845 diep roze dichtgevuld, 2.00 m, zomer (vroeg)
C 25 R. 'Baronne A. de Rothschild' 1868 zilverroze 1.50 m, 2e bloei
C 26 R. 'John Hopper' 1862 zuurstokroze dichtgevuld, 1.50 m, 2e bloei
C 27 R. gallica 'Versicolor' 16e eeuw roze-rood met zachtroze, bleke streepjes zomer
C 28 R. gallica 'Belle de Crecy' voor 1848 helroze, neigend naar paars geurend, 1.30 m, zomer
C 29 R. 'La Reine' 1842 lilaroze bolvormig, 1.20 m, 2e bloei, vorstgevoelig
C 30 R. 'Souvenir de la Malmaison' (bourbon) Fr 1843 lichtroze 0.70 m, doorbloeier, vorstgevoelig

 

Perk 3 Damascener en pimpinellifolia rozen De kleine groep van Damascener rozen was bij de Romeinen reeds bekend. In West-Europa werden ze populair na een herintroductie door de Kruisvaarders in de 12e en 13e eeuw, al zijn er ook aanwijzingen dat deze rozen pas in de 16e of 17e eeuw zijn ontstaan. Er zijn nu nog ongeveer twintig in cultuur. Hoewel Pimpinellifolia's reeds ver voor 1800 voorkwamen steeg de populariteit aan het begin van de 19e eeuw. In 1814 had Robert Austin reeds meer dan 100 "verschillende en onbeschreven rassen".

NAAM IN CULTUUR VANAF KLEUR BIJZONDERHEDEN
       
C 31 R. pimpinellifolia 'Stanwell Perpetual' E 1838 romig roze

zeer geurig, 1.50 m, hele zomer Mijn favoriet

C 32 R. pimpinellifolia 'Plena' Fr 1819 wit/roze gevuld
C 33 R. 'Leda'(syn. R.'painted Damask') voor 1827 lichtroze met rode rand tot 1 m, zomer
C 34 R. 'Petite Lizette' 1817 zilverroze gevuld, blad grijsgroen, 1 m, zomer
C 35 R. damascena 'La Ville de Bruxelles' 1849 oudroze gevuld, tot 1.50 m, hele zomer
C 36 R. pimpinellifolia 'Poppius' ?      
C 37 R. 'Jacques Cartier (Portlandroos) 1868 zachtroze gevuld, tot 1.20 m, 2e bloei
C 38 R. 'Comte de Chanbord' (Portlandroos) Vs 1860 lilaroze gevuld, tot 1.20 m. 2e bloei
C 39 R. palustris 'Alba' (R. carolina 'Alba') E 1726 (species)   bottels klein
C 40 R. 'Madame Hardy' 1832 lichtroze zweem, tot 1.50 m, zomer
C 41 R. Yolande d'Aragon' (Portlandroos) 1843 lilaroze bolvormig, tot 1 m, 2e bloei
C 42 R.'Ispahan' 1832 dieproze, rand helderroze 1.50 m, zomer
C 43 R. 'Marie Louise' 1813 helderroze zeer gevuld, 1.20 m, zomer
C 44 R. 'Celciana' voor 1750 zijderoze, later roomwit, 1.50 m, zomer
C 45 R. damascena 'Trigentipetala' lang in cultuur Bulgaarse olieroos oudroze gevuld, 2 m, zomer
C 46 R. 'Marie Louise' ? 1813 helderroze zoete geur, l.3 m, , platte bloem

Perk 4 Centifolia rozen en mosrozen (Centifolia en Damascena) Van de "roos met 100 bloembladen" werden in Nederland 200 verschillende geïntroduceerd tussen 1580 en 1710, waarvan nog slechts enkele in cultuur zijn. William Paul noemt in zijn boek "The Rose Garden" uit 1848 reeds 84 verschillende mosrozen; In 1957 worden door G.S. Thomas nog slechts 36 verschillende genoemd.

NAAM IN CULTUUR VANAF KLEUR BIJZONDERHEDEN
       
C 47 R. 'Reine des Centifeuilles' 1824 oudroze, later lichtroze, dicht gevuld, 1 m
C 48 R. centifolia 'Muscosa Alba' 1788 wit, iets roze 1.20 m, zomer
C 49 R. centifolia 'Muscosa' E 1724 oud roze 1.80 m, zomer.
C 50 R. 'General Kleber' 1856 lichtroze gevuld, 1.50 m, zomer
C 51 R.'Chapeau de Napoleon' (syn R. 'Cristata') Zwt 1820 dieproze halfgevuld, 1.50 m, juli
C 52 R. 'Petite de Hollande' (syn. R. cent. 'Minor') onbekend oudroze, lichtere rand tot 1.20 m, zomer
C 53 R. 'Mousseline' 1855 romigroze geurend, 1.20 m, 2e bloei
C 54 R. 'Rene d'Anjou' 1853 helderroze gevuld, 1.20 m, 2e bloei
C 55 R. centifolia 'Bullata' 1801 roze halfgevuld, zeer geurend, 1.5 m, zomer
C 56 R. 'Salet' 1854 helderroze gevuld, geurend, 1.20 m, 2e bloei
C 57 R. 'Rose des Peintres' (syn R.x cent.'Major') onbekend zuiver roze sterk gevuld
C 58 R. 'Marie de Blois' Fr 1852 grote roze bloemen roodachtig mos, sterke geur
C 59 R. centifolia sinds oudheid, N 16e eeuw oudroze halfgevuld, zeer geurend,1.80 m, zomer
C 60 R.'Baron de Wassenaer' 1854 roze-rood gevuld, 1.30 m, doorbloeiend
C 6l R. 'Celestial' (Alba roos) eind 18e eeuw fris roze halfgevuld, 1.50 m, zomer
C 62 R. 'Felicité Parmentier' (Alba roos) 1836 licht roze, romige randen 1.40 m, zomer

De middenperken

Chinese rozen, waaronder Remontantrozen De eerste Chinese roos was reeds in 1733 in Nederland. Uit kruisingen met Chinese rozen, vroeger Rosa indica genoemd, ontstonden de latere theehybriden. Remontant rozen werden poulair rond 1820 en toen als een aparte groep erkend. De populariteit van deze groep duurde tot de eerste wereldoorlog.

NAAM IN CULTUUR VANAF KLEUR BIJZONDERHEDEN
       
C 63 R. 'Slaters Pink Crimson' 1733 fuchsia-roze halfgevuld , 90 cm
C 64 R. viridiflora (syn R. 'Viridiflora') ± 1833 groenbloeiend , klein, 60 cm, lelijk
C 66 R. 'Old Blush' (syn. R. 'Parsons Pink' China 1789 lilaroze zwakke geur, 60 cm, doorbloeiend
C 71 R. 'Baronne Prevost' 1842 donkerroze zoet geurend, 1.20 m, 2e bloei