Terug naar home

PARKTUIN OOSTERHOUW

Waar tuinstijlen uit de tuinkunsthistorie visueel zijn gemaakt


Plattegrond en foto-rondleiding door de parktuin
 

(foto: HENRI GAM SOETERIK)

TUIN OPENGESTELD

alleen voor groepen op afspraak

bellen op ma/di of do/vr tussen

13.00 - 17.00 uur

 

 

Aangesloten bij de Nederlandse Tuinenstichting

 

 

BESCHRIJVING HUIS EN TUIN
Historie van het pand
Het landhuis
De naam Oosterhouw
De Parktuin
De bewoners
De verschillende stijlen in de Parktuin,
De theekoepel
De beplanting: Buxus sortiment
    Haagplanten
    Oude rozen
    Hibiscus sortiment
    Stinzenplanten
Dieren in de Parktuin
Monumentbomen
Momumentbeschrijving
Historie van de tuin
Aanleg in fasen
Historisch tuinieren in de Parktuin
De tuinmansschuur
Trompe l'oeil's in de Parktuin

BEZOEK PARKTUIN OOSTERHOUW

Culturele bezienswaardigheden in de nabije omgeving voor twee volle dagen uit

Een politieke visie ten aanzien van natuur en landschap in De Marne

Routebeschrijving naar Parktuin Oosterhouw


Historie van het pand

Toen Jacob van Lennep in de zomer van 1823 van Ulrum naar Leens wandelde, liep hij nog over een kleiweg tussen de weilanden. Kromme sloten waarin het profiel van prielen en slenken nog zichtbaar waren, verbonden door korte stukken rechte sloot. Een mozaïkverkaveling ontstond . Het land was niet vlak maar "kruinig": bol liggend van sloot naar sloot. Alleen de oppervlakkige beschouwer spreekt over het vlakke land van Groningen. Jammer dat zo weinigen de echte schoonheid van detail in het Groninger land herkennen.

Vier percelen land werden in 1867 verkocht aan notaris Spandaw, die op een van die percelen een landhuis bouwde in de vorm van een Italiaanse villa, geflankeerd door een koetshuis. Rond 1910 werd het koetshuis vergroot en aangepast aan de mode van de tijd met het uiterlijk van een Zwitsers chalet. De paardenstal is nog aanwezig. De achtergevel werd opgetrokken, waardoor grote bovenkamers ontstonden. Jugendstilkenmerken zijn te ontdekken in de raamkozijnen aan de achterzijde. Twee percelen werden met beklemrecht verkocht . Op deze percelen verrees het Art Nouveau-huis naast Oosterhouw. De attiek op de achterzijde is in 1996 aangebracht en van vazen en honden voorzien.

Sindsdien is het huis geconserveerd; de omgeving helaas niet. De afgelopen 10 jaar zijn de sloten gedempt en met laserstralen het kruinege land uitgevlakt. De lokale overheid met blinde ambtenaren speelden hierin een slechte rol. Ook de nieuwe welvaart moest duidelijk zichtbaar de entree van het dorp Leens aankleden. Om vanaf de provinciale weg de nieuwe industiegebouwen goed te kunnen aanschouwen zijn beplantingen van gemeentewege verboden! Het landschap dat in duizend jaar zijn verfijning en diversiteit kreeg is nu in een tiental jaren gedegradeerd door beton, verlichting en lawaai. Desondanks spreken "Hollanders" nog steeds hun bewondering uit over dit schone land omdat de mondiale vooruitgang in hun eigen streek nog sneller ging. Helaas leerden onze blinde ambtenaren er niets van.

Een halve hectare weiland werd in de jaren van de verbouwing bij de landschappelijk aangelegde tuin getrokken, waar ruimte kwam voor een moestuin en kregen huis en tuin samen de huidige allure. Achter de heg is het goed toeven. Geert Mak wandelde in de zomer van 2000 van Ulrum naar Leens. Maar niet, zoals hij zegt, in de voetsporen van Jacob van Lennep. Die zijn nu met asfalt bedekt.

Medewerkers van Gemeente De Marne lopen niet van Ulrum naar Leens. Dan zien ze dat het gezicht vanaf de wierde De Houw op de oude wierde van Leens nog onaangetast is en dat dit bijzondere landschap bescherming verdient. Klik voor kaart rechts
 

Voormalige "Gieselpoal" met Landhuis Oosterhouw op de achtergrond

'k ben hier geplaatst
Aanschouw mij niet
Als strafpaal
Maar als een limiet

op afstand valt de horizntale ligger precies tussen boven- en onderraam

Achterzijde pand Oosterhouw met Pompeïaanse vijver

 

Gemeente De Marne doet niet aan landschapsbescherming

Klik hier voor vergroting

Het landhuis

De algemene kenmerken van een neo-klassicistisch huis *) zijn een strakke symmetrische, axiale opbouw van het in- en exterieur, en de toepassing van klassieke decoratie schema's, met name bij het front, met een geprononceerde kroonlijst met somtijds gerusticeerde risalieten, waarbij in de periode achttienhonderdveertig tot negentienhonderd een verschuiving naar het eclecticisme plaatsvindt, met handhaving van klassieke structuur- en decoratievormen, welke langzamerhand worden aangevuld met gotische-, renaissance- en barok-vormen.

Herenhuis Oosterhouw met aangebouwd koetshuis is in 1868 gebouwd als notariswoning. Het in eclectische stijl opgetrokken pand is rond 1910 gedeeltelijk vernieuwd, waardoor er eveneens Art Nouveau-elementen zijn te herkennen. Het herenhuis is gelegen op een ruime rechthoekige kavel langs de oude doorgaande weg naar Ulrum. Aan de achterzijde wordt het perceel begrensd door de N361 van Groningen naar Lauwersoog, oorspronkelijk een spoorlijn. Behalve het herenhuis met koetshuis liggen op het perceel een gesloten veranda, een orangerie en een tuinhuis. De resterende ruimte is ingericht als tuin in verschillende stijlen.

Omschrijving van het pand: twee bouwlagen hoog, deels onderkelderd herenhuis met aangebouwd koetshuis. Het herenhuis heeft gepleisterde gevels met een gepleisterde plint die door een kroonlijst worden beëindigd; in pleisterwerk zijn gevelbanden getrokken; op de beide hoeken van de zuidgevel, de voorgevel, een gepleisterde pilaster met blokmotieven. De tweede bouwlaag springt aan de zuidgevel en gedeeltelijk aan de oost- en westgevel ongeveer een meter terug, waardoor er ruimte voor een omloop met houten balustrade is. De zuid-, oost- en westgevel worden beëindigd door een houten attiek die dezelfde vormgeving heeft als de balustrade van de omloop. Het pand wordt gedekt door een plat dak; op beide hoeken van de zuidgevel een gepleisterde schoorsteen. Op het achterste gedeelte van het dak een gemetselde schoorsteen. Vensters zijn verticale zesruits vensters die aan de bovenzijde getoogd zijn. Entree bevindt zich in het middenrisaliet van de zuidgevel. Voordeur is een dubbele paneeldeur met in de bovenste twee panelen ijzeren sierroosters; in het bovenlicht is een lantaarn geplaatst; hardstenen stoep heeft twee treden en een gietijzeren rooster. Boven de entree bevindt zich een houtenbalkon met een balustrade van houten balusters en daartussen gedecoreerde gietijzeren roosters; op hoekbalusters staat een kleine gietijzeren vaas; het balcon wordt gedragen door twee consoles die elk ondersteund worden door een dunne gietijzeren zuil. Op de begane grond ter weerszijden van het middenrisaliet zitten twee vensters. Opde bovenverdieping bevinden zich in het midden twee dubbele deuren met een zesruits venster. Aan weerszijden van de deuren een venster. In oost- en westgevel van de terugspringende gevel op eerste verdieping twee zesruits vensters en een deur met zesruits venster. Oostgevel heeft op begane grond een venster met luiken en een paneeldeur met bovenlicht; naast de deur een klein ovaal venster.Westgevel heeft op de begane grond een venster. Noordgevel heeft op elke bouwlaag twee dubbele zesruits vensters. De twee benedenvensters hebben een houten omlijsting met pilasters en kroonlijst. In het middenrisaliet bevindt zich een dubbele paneel-zesruits venster; de dubbele deur heeft een zelfde omlijsting als de dubbele vensters; de glaspanelen en het bovenlicht hebben een roedenverdeling met geometrisch patroon. Links van het middenrisaliet drie kleine keldervensters. Op de oostelijke hoek van noordgevel een kleine platte aanbouw, vroeger bestemd als stookhok. Halverwege de westgevel van het herenhuis is een koetshuis aangebouwd.

Het Koetshuis heeft bepleisterde gevels die deels een gepleisterde plint hebben en wordt gedekt door een zadeldak met gegazuurde blauwe platte Friese pannen. In westelijke dakschild twee dakkapellen met zadeldakje. Beide topgevels hebben een houten beschot met en klein driehoekig venster. De windveren aan de zuidgevel zijn geornamenteerd, evenals de makelaar. Noord- en oostgevel hebben elk twee halfronde vensters met gietijzeren roeden; de oostgevel heeft daarnaast een opgeklampte deur met halfrond bovenlicht met gietijzeren roeden. Westgevel heeft een enkel en een dubbel zesruits venster; tussen beide vensters een paneeldeur met bovenlicht; in achterste deel van westgevel een dubbele opgeklampte schuurdeur beeindigd door een korfboog. Zuidgevel heeft twee zesruits vensters ( zie hier enkele foto's )


 

 

In de voortuin staan zeventig verschillende roze rozen die alle in 1868 al in cultuur waren.
Hagen van Fagus sylvatica en Buxus sempervirens, blokken van Taxus baccata en Tilia europaea en hoge zuilen van Carpinus betulus 'Fastigiata'
Zie ook Hagen en knipkunst
De paden bestaan uit splitgrind op (wit!) wegenbouwdoek

 

 

 

 

De rozenkist beschreven door Gertrude Jekyll

 
 

 

 

Recepten uit de Parktuin:

Hoewel er geen moestuin is zijn er nog een aantal gerechten te maken met vruchten en planten uit deze tuin:

Kweemoes en kweegelei
Rote Grütze

 

De naam Oosterhouw

De dorpen Leens en Ulrum liggen op een oude oeverwal, een natuurlijke verhoging in het kweldergebied. Daar waar de grond al hoog lag, werden door de eerste bewoners van Groningen de wierden (in Friesland: terpen) opgeworpen om zich te beschermen tegen het zeewater. Zo ligt er tussen beide dorpen een wierde, de Houw genaamd. Opgeworpen rond het jaar duizend, maar sinds enige honderden jaren niet meer bewoond. Een boerderij, genaamd De Houw staat nog op de wierde. Een water, ook Houw genaamd, loopt langs de wierde naar Houwerzijl (sluis in de Houw). Ten westen van de wierde ligt de boerderij Westerhouw, een prachtig voorbeeld van Jugendstil-bouw. De naam Oosterhouw zal nu duidelijk zijn: ten oosten van de Houw. Een bijzonderheid nog: op de wierde ligt een fait, een zoetwaterbekken voor het vee. Duidelijk is nog te zien dat er riet groeit halverwege de verhoging. Van deze veel voorkomende zoetwaterbekkens zijn er nog slechts twee over in de provincie. (KLIK WESTERHOUW AAN VOOR EEN UITGEBREIDE BESCHRIJVING)


 

 

Westerhouw als voorbeeld

van een Jugendstil tuin

De Parktuin

   
Doel  

Hoewel de tuin van 1 mei tot 1 september is geopend is de aantrekkelijkheid in de winter er niet minder om!

Klik op foto voor beschrijving

De tuin bij het landhuis Oosterhouw is een presentatie van drie eeuwen tuinkunst. Het zichtbaar maken van verschillende stijlperioden met de daarbij behorende materialen en planten. Als eenvoudig voorbeeld kunnen we nemen de Ligustrum, waarvan de soort vulgare al sinds de Romeinen in cultuur was. Deze staat in het Landschappelijk deel. De Ligustrum ovalifolium is in 1843 vanuit Japan ingevoerd. Onjuist zou het zijn deze plant in een classicistische stijl of in de Landschapsstijl toe te passen. In het Art Nouveau-gedeelte is deze plant zeer op haar plaats.

 

Het nut van de tuin.

Heeft een tuin zonder nutstuin nut? Een tuin kent twee duidelijk verschillende aspecten: het bedrijven van tuinkunst en dat van het tuinieren; denkwerk en doewerk. Beide zijn niet los te denken van elkaar en van en derde aspect: het zuiver genieten van de resultaten. Bij de tuinier komt nooit de gedachte op waarom hij het doet. Het gaat op dat moment om de werkzaamheid zelf die plezierig is en niet om het "nut" ervan.

 

Opzet

Bij een huis hoort een tuin. Zomaar een tuin schept behagen, maar een bepaalde doelstelling geeft een extra dimensie. Een meerwaarde kan ook worden verkregen door anderen mee te laten genieten. De doelstelling hier is een educatieve tuin, waarbij de historie van de tuinkunst voorop staat. Historie vinden we in de verschillende stijlperioden, maar ook de historie van de plant komt aan de orde. Wie een historische tuin wil beginnen, moet weten wanneer een bepaalde plant in cultuur kwam, maar ook welke planten de gewone man vroeger plantte en welke de rijkere man. Historie en cultuur gaan sterk samen. Voor toepassing van bestratingen geldt ook weelde van tijdperk, landstreek en personen. In Parktuin Oosterhouw zijn verschillende stijlen aangebracht, die alle corresponderen met het landhuis.

 

Renaissance, Barok en Rococo als kenmerken in het classicistisch deel

 

 

In het architectonisch deel van de parktuin is een verhoogd liggend ruitvormig croquetveld aangebracht.

Voor spelregels van het croquetspel

Invloeden van buitenaf
Naast stijlen zien we ook aan andere tuinen of personen ontleende invloeden: een vals perspectief à Le Nôtre, een vruchtbomenperk zoals Krook die beschreef, de wijze van "wild gardening" van William Robinson, de griontegel van Mien Ruys in het gras toegepast, wulps scheerwerk zoals Jacques Wirtz dat doet; kettingen met klimop, "geleend" van de Jardin du Luxembourg, hoge Carpinus-hagen zoals we ze vinden in het Belgische Beloeil en het laten groeien van rozen in vruchtbomen, een "uitvinding" van Vita Sackville-West.
 
Historisch verantwoord?

Nee, zeker niet. Een eclectische tuin, waar we moeten spreken van historiserend. Alleen al omdat er vroeger geen maaimachine bestond. Gras gemaaid met een zeis geeft een totaal ander beeld dan gemaaid met een machine. Een tonkinstokje als opbindmateriaal is al onverantwoord, alsook een ijzerdraadje. Toch het ontwerp, de soorten planten, de bestratingsmaterialen (of juist het niet bestraat zijn) en knipkunst geven een aardig beeld van hoe een tuinstijl vroeger werd ingevuld. In het geval van Parktuin Oosterhouw heeft de voortuin een invulling van 70 uitsluitend roze rozen die alle in 1868 al in cultuur waren. Dit sluit niet aan bij de classicistische stijl, maar wel bij de bouwtijd van het huis. Zoals ook de 55 buxusrassen, waarvan op afstand niet te zien is dat er zo'n groot sortiment staat. Ook in de ontwerpen van de Studio voor Tuinconsult vormt de bouwtijd altijd het uitgangspunt of dient als inspiratiebron.


Tuinstijlen in de parktuin met algemene kenmerken

De Parktuin is globaal te verdelen in vier segmenten met ieder eigen stijlkenmerken. (Voor visueel overzicht: rondleiding ) Niet zomaar bedacht: het huis is de inspiratiebron. Het huis is als een Italiaans landhuis gebouwd. Hierbij past een Renaissancetuin. De bouwtijd is 1868: de tijd van de Landschapsstijl. Een grote verbouwing vond plaats in 1910, waarbij het koetshuis is vergroot en de uitstraling van een Zwitsers chalet kreeg. Dit is de tijd van de Architectonische tuinstijl. Bij het heden past een door de natuur geinspireerde tuin. Zo is een rondgang door de tuin van Oosterhouw tevens een rondwandeling door de geschiedenis van drie eeuwen tuinkunst. Ieder tijdperk had zijn eigen tuinstijl, waarvan u in de Parktuin zelf en ook hier op www.klaasnoordhuis.nl de kenmerken bij elkaar ziet:

 
1 Classicistisch deel
 

Voor het huis ligt een strak geschoren tuin. Vanuit de verschillende gezichtshoeken zien we verschillende stijlen. Van links naar recht kijkend zien we alle Renaissancekenmerken, midden voor het huis richting het huis kijkend Barok en op de stoep staand de tuin inkijkend Rococo.

  a. Renaissance, Toepassing 16e eeuw, Herleving van de oud-Romeinse tuin.
    Kenmerken:

Renaissance

- geen hoofdas, alle paden gelijkwaardig aan elkaar

- vierkante perken
- vierzijdige symmetrie
- loofpaviljoentje die vier perken verbindt
- geen noodzakelijk verband met het gebouw
- beelden in het centrum van de perken
- strak geschoren, zowel hoog als laag

BOEKTITELS OVER RENAISSANCETUINEN

 

 

b. Barok, Toepassing 17e eeuw, met als hoogtepunt de regeerperiode van Lodewijk XIV. Machtsuitstraling, het gebouw als hoogtepunt.

    Kenmerken:

Barok

- een duidelijk verbrede hoofdas, centraal op as van het het gebouw uitkomend

- perken rechthoekig in een verhouding van 3 : 5
- tweezijdige symmetrie
- verband met het gebouw, een eenheid vormend
- beelden op kruisingen van de paden
- strak geschoren werk, laag, om gebouw beter te laten uitkomen
- gebruik van fijn grind

BOEKTITELS OVER BAROKTUINEN

 

 

c. Rococo, Toepassing 18e eeuw, tussen 1725 en 1775. Een vrolijke stijl met uitbundige, doch ranke versieringen.

    Kenmerken:

19e eeuwse neo-rococo bank KLIK OP DE FOTO VOOR UITGEBREIDE BESCHRIJVING

- rechthoekige perken

- meerdere hoofdassen; in de regel drie tot vijf
- verband met het gebouw
- tweezijdige, maar vagere symmetrie
- geschoren werk, laag, frivolere vormen
BOEKTITELS OVER ROCOCOTUINEN

 

 

2 Landschappelijk deel

  De schapenweide met monumentbomen is teruggebracht in de Engelse Landschapsstijl.
  a. Romantiek, Toepassing 2e helft 18e eeuw, begin 19e eeuw. Van tuin nauwelijks sprake.
    Kenmerken:

- natuurlijk aandoende tuin; dode bomen dus laten staan!

- verschillende stemmingsbeelden oproepend: treurigheid, vrolijkheid etc.
- schilderachig
- niet al te "tuinig"
- losse groei
BOEKTITELS OVER TUINEN IN DE ROMANTIEK
 

b. Landschapsstijl (In Groningen: "Slingertoen") Voor grotere tuinen, de vroegere tuinen besloten,; de latere hebben een verwevenheid met het landschap. Toepassing 19e eeuw.

    Kenmerken:

Landschappelijk gedeelte met bomen van 140 jaar oud

- ellipsvormige ruimten

- lange doorzichten
- verspreid staande boomgroepen
- gebouw als onderdeel ingepast in het geheel
- holgelegde gazons
- oneindigheid: doorlopende paden en/of visueel doorlopende waterpartijen
- follies, nutteloze bouwwerken
- paden onverhard, wel bezand, moeten regelmatig aangeharkt
- losse groei
BOEKTITELS OVER TUINEN IN LANDSCHAPSSTIJL

 

 

3 Architectonisch deel
 

De oranjerie dient als achtergrond van het architectonisch gedeelte

 

a. Architectonische stijl, Toepassing begin 20e eeuw.

    Kenmerken:
- niet symmetrisch; wel evenwichtig (bijvoorbeeld hekpalen: links breed en laag; rechts smal en hoog)

- vlakliggende gazons

- verschillende geometrische vormen als ronding, rechthoek, ruit, driehoek en/of trapezium
- verschillende niveaus met steile taluds of met treden
- een verdiept gedeelte
- gemetseld werk, zelfde steensoort als het gebouw
- een duidelijke diagonaal
- kleurige bloemenranden
- tegenstelling van strak geschoren en losse groei
- gebruik flagstones en kinderkoppen
- gebruik grof grind (in de tuin vinden we niet de "zweepslagen" uit de architectuur van de gebouwen)
BOEKTITELS OVER TUINEN IN DE ARCHITECTONISCHE STIJL
   
 

b. Bordertuin, Door invloed Mien Ruys nam de border in Nederland een grote vlucht in het midden van de 20e eeuw.

    Kenmerken:
- veel gazon, vormloos of strak; veel vaste planten
- bomen vooral aan de buitenzijde van de tuin

- tribuneborder

- vroegere niet op kleur, latere wel
BOEKTITELS OVER BORDERS
   
  c. Zakelijke tuin, grote invloed van Mien Ruys met "griontegel", voorloper van de gewassen grind tegel, een uitvinding uit 1952, en spoorbiel in de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw.
    Kenmerken:

- strakke gazons

- gebruik betonmaterialen
- geschoren vlakken
- grote terrassen
- staptegels in gazon
BOEKTITELS OVER DE ZAKELIJKE/MODERNE TUIN
 
4 Natuurinspiratie
 

Japans geïnspireerde vlonders van beton lopen hier door een laag-onderhoud tuin. Toepassing 2e helft 20e eeuw. De invloed van Louis G. Leroy is kenmerkend voor de afgelopen 30 jaar.

    Kenmerken:

- geen lijnvorming, paden lukraak gelegd naar natuurlijke omstandigheid

- natuur staat hier voor weinig onderhoud, lees: luiheid
- gebouw en tuin vormen een tegenstelling
- gebruik van afbraakmaterialen
- snoeihout laten liggen voor wezeltjes, mossen en kevertjes
BOEKTITELS OVER NATUURTUINEN
   

 

 


De theekoepel

De plaats van theekoepels is altijd zo gekozen, dat ze niet alleen uitzicht bieden over tuin en landerijen, maar tevens vanaf de openbare weg goed zichtbaar zijn om meer status te geven. In de 19e eeuw werden ze vaak op een heuveltje, ontstaan door het graven van vijvers, geplaatst.

"Groot isít hof, mor veul gaait ter of"

Dit opschrift tegen het plafond aan de binnenzijde laat zien dat aan die status ook een keerzijde zit! Deze theekoepel is naar hier overgeplaatst en gerestaureerd in 1990. De koepel is gebouwd rond 1920 in de landschappelijk aangelegde tuin van boerderij "De Waarhoek" te ít Waar (Oldambt). De vorm van de koepel stamt af van een turkse tent. De plattegrond bestaat uit een gelijkzijdige achthoek met een doorsnede van 320 cm. Het tentvormige dak is ingezwenkt en heeft een kleine overstek met als bekroning een peervormige piron. De kneldelen hebben de vorm van tentflappen. De vorm hiervan is typisch voor de bouwtijd. Hoewel hier niet draaibaar opgesteld, hebben de wieltjes nog steeds een functie: in deze tijd besparen ze een bouwvergunning. Bij alle grotere boerderijen in de provincie Groningen stond een tuinhuis of theekoepel. Met de komst van de telefoon werd er minder gezeten in het tuinhuis*), om bereikbaar te blijven. Met de draagbare telefoon blijkt een nieuwe belangstelling voor de tuinkoepel, helaas ook op veel plaatsen waar een koepel cultuur-historisch gezien niet als passend beschouwd kan worden.

 

 

Theekoepel in de vorm van een Turkse tent. De "tentflapjes" zijn hier in Art Deco model uitgevoerd.

KLIK HIER VOOR UITZICHT VANUIT DE KOEPEL

ONTWERP VOOR TUINHUIS WELGELEGEN

BOEKTITELS OVER TUINHUIZEN

*) het boerengezin zat nooit in de tuin; ze waren immers altijd al buiten


De beplanting

Sortiment

Nu in de botanische tuinen het in stand houden van sortimenten planten te duur wordt en de privatisering geen oplossing biedt, daar tuinen nooit comercieel haalbaar zijn, lijkt particulier initiatief een oplossing zoals dat in de tijd van Clusius ook al gebruikelijk was.

Parktuin Oosterhouw biedt sortimenten oude rozen, inheemse rozen, haagplanten, Buxus, Hibiscus, Philadelphus, Syringa, Hydrangea en alle stinzenplanten.


 

Het appelras Groninger Kroon ontbreekt niet in de Parktuin

BOEKEN OVER FRUIT

Monumentbomen

Vijf bomen in de parktuin staan op de monumentenlijst voor bomen. De edele zilverspar (Abies procera) is met 24 meter de hoogste hoogste spar van Groningen. Twee grote treurbeuken (Fagus sylvatica 'Pendula') alsmede de echte goudes (Fraxinus excelsior 'Aurea') staan ook op de lijst van beschermde bomen. Noemenswaard is de treurbeuk in het landschappelijk deel met de langste zijtak in Nederland: de horizontaal geleide tak meet 22 meter en ieder jaar komt er weer een halve meter bij!

Tegen een aantal bomen is klimop geplant. Een misvatting is het dat klimop de boom zou afknellen of anderszins schade zou aandoen. Nee de bomen zijn blij dat de zon nu niet meer fel op hun bast schijnt; ze voelen zich zo, hoewel vrijstaand, weer in een natuurlijk belommerd bos. Onder de bomen wordt nooit gespit, noch met zware machines gereden of gewerkt. Hierdoor en door het aanbrengen van lagen organische stof zit er nog steeds veel groei in de oude bomen.


 

 

Dichtbundel van H.A. Spandaw met de beroemde lofzang op de aalbes

DICHTBUNDELS TUINEN EN PLANTEN BETREFFEND

De bewoners

Door notaris Spandaw, kleinzoon van de jurist en dichter H.A. Spandaw, werd het huis gebouwd. Nadien hebben nog drie notarissen er langdurig gewoond en gewerkt. Daarna kwam het huis in bezit van Dr. L.H.Bruins, huisarts en streekhistoricus. Vanaf 1868 zijn wij de zesde bewoners. ít Moet er dus goed toeven zijn, als we bedenken dat de gemiddelde Nederlander eens per zeven jaar verhuist!

November 1989 ten tijde van de val van de Berlijnse Muur betrokken we het huis. Na opruiming van achterstallig onderhoud ving de tuinaanleg aan op 1 maart 1990. De val van de muur heeft Europa weliswaar veranderd, maar heeft weinig opgeleverd; de tuin is inmiddels volgroeid en levert de vruchten!

 


Waardering door Monumentenzorg

Herenhuis met aangebouwd koetshuis in 1868 gebouwd in eclectische stijl van cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:

- als voorbeeld van een notariswoning uit de tweede helft van de negentiende eeuw in Groningen
- vanwege de fraaie eclectische vormgeving en ornamentiek
- vanwege de samenhang tussen exterieur en interieur
- vanwege de hoge mate van gaafheid van exterieur en interieur
- vanwege de beeldbepalende ligging aan het einde van de Hoofdstraat
 

   
Historie van de tuin    

Aan de hand van prentbriefkaarten van het voorhuis en oude familiekiekjes in de achtertuin is te zien dat de gehele tuin in Landschapsstijl was aangelegd. Het "bergje" voor een tuinkoepel was nog aanwezig. In 1956 is het huis gekocht door houthandelaar Meijer uit Zuurdijk. Koopprijs van het "slooppand" was 10.000 gulden. Meijer kapte alle oude iepen in de tuin, waarvan hij het hout voor 10.000 gulden verkocht. Vervolgens verkocht hij het huis weer door, weer voor hetzelfde bedrag. In 1957 heeft de Heidemaatschappij een advies gegeven voor de tuin met desastreuze gevolgen. Het advies luidde er 75 Canadese populieren te planten. Op dat moment dacht men nog dat dat je door bosbouw met populieren slapend rijk zou worden. De historie werd anders: het was nog een geluk dat de bomen gratis werden afgehaald; na de ijzelstorm van 1986 moest er voor worden betaald. De overgebleven boomstronken hebben wij moeten laten rooien voor we aan de nieuwe opbouw van de tuin konden beginnen in 1989. Door de hoge populieren waar 30 jaar lang ook schapen onder liepen, raakten de bestaande bomen in beknel en hebben er 10 jaar over gedaan om (na enige ingrepen) weer evenwichtige kronen te krijgen. Inmiddels is de nieuwe aanleg volledig geïntegreerd in het decor van de oude bomen, waarvan een aantal op de monumentenlijst voor bomen is geplaatst.


 

Verspreide stukken uit verschillende weekbladen bijeenvergaard L.A.Springer , 1938

BOEKEN OVER TUINKUNSTHISTORIE

Aanleg in fasen    
November 1989 betrokken we het huis, een dag na de val van de Berlijnse muur.. Na opruiming van achterstallig onderhoud kon de aanleg van de nieuwe tuin aanvangen op 1 maart 1990. Na het maken van een visie, ontwerp en beplantingsplan ontwikkelden we een faseringsplan in hoofdlijnen voor vijf jaren:  
- 1e jaar aanleg voortuin, grondwerk en plantwerk    
- 2e jaar 1e gedeelte achtertuin, grondwerk, afwerking voortuin    
- 3e jaar 2e gedeelte achtertuin grondwerk, afwerking 1e fase    
- 4e jaar 3e gedeelte achtertuin grondwerk, plantwerk 2e fase    
- 5e jaar afwerking details en plantwerk    

   
   

   
*) Deze definitie staat in de statuten van de Vereniging neo-klassicistisch wonen Friesland (opgericht 1993)