terug naar Parktuin Oosterhouw / omgeving Parktuin Oosterhouw

MUSEUMBOERDERIJ WELGELEGEN

   
Museum voor landbouw en ambacht te Leens

Historische aspecten
Tuinontwerp (1998)
Het tuinhuis
Aanbevolen stinzenplanten
     
 
     
     

HISTORISCHE ASPECTEN


Hoewel als bedrijf gesticht in 1865, werd het land al vanaf 1869 verhuurd. De eigenaar Hendrik Dijk en Henriėtte de Rochefort bleven er wonen. Het pand moet dus meer als rentenierswoning dan als een bedrijf worden beschouwd. Enige keren werd het pand met tuin verkocht: 1883, 1887, 1908, 1937, 1957, 1967 en voor het laatst in 1979. De eerste aanleg was een landschappelijke, getuige een foto (eerste blad) uit het begin van deze eeuw.Asymmetrisch staan er twee lindenbomen, hoog opgekroond. Stam- en struikrozen behoorden tot de opvallenste planten.Aan te nemen valt dat tuinveranderingen steeds door nieuwe bewoners worden verricht en dus en gelijk liggen met deze jaartallen. Wat betreft invulling met planten lijkt me gewenst een sortiment te kiezen van planten die in de jaren rond 1880 in cultuur waren en dus samenvallen met de eerste aanleg.

 
    Het woonhuis, zoals die er eens uitzag
TUINONTWERP (1998)
   
Een bijzondere opdracht is het een tuin bij een museumboerderij te mogen ontwerpen. Een aantal problemen moest worden opgelost:    
a privacy voor de bewoner    
b eenvoudig te onderhouden    
c parkeergelegenheid voor bewoners en bezoekers    
d rekening houden met pand en omgeving    
e denken aan eenheid binnen het landgoed    
f een niet passende en onaangepaste nieuwbouw proberen te integreren    
g landschapsstijl, classissistische stijl, of mengvorm?    

Het pand zelf heeft alle glans verloren. In de loop der jaren is er heel wat aangeklungeld: een voordeur van board, niet kloppende verhouding van de kruisen in de ramen en weggeverfde classisistische kenmerken. Ook de typisch Groningse flauwe bogen boven de ramen zijn in de "restauratie" vervallen. De nieuwe tuin zal meer tonen als ook aan de oude glorie van het pand veel wordt gedaan. De foto van Welgelegen uit ± 1905 levert hiervoor voldoende aanwijzingen, vanwaar ik heb getracht een reconstructie te maken met de juiste verhoudingen. Andere voorbeelden in de Gemeente De Marne zijn er te over: het voormalig gemeentehuis en het voormalige pand van de ZTM te Ulrum en boerderij Dijksterhuis te Mensingeweer. Alle foto's tonen duidelijk de vroegere rijkdom en de desinteresse in ornamentuur na 1950. Dank aan de Soroptimisten Club Groningen-Oost die mij in staat stelden het onderhavige ontwerp te maken. Tevens dank ik de met name genoemde bruikleengevers van oude foto's. Ik wens dat voldoende middelen en mankracht kunnen worden gevonden om dit voor u liggende plan voor pand en tuin op termijn uit te voeren.

   
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Zie ook: TUINONTWERPEN STUDIO VOOR TUINCONSULT    
     
HET TUINHUIS
   

In de tuinen van nagenoeg alle vooraanstaande boerderijen en rentenierswoningen in Noord-Groningen stond een tuinkoepel of een loofprieel. De beter gesitueerden hadden een tuinkoepel. De houten koepels werden geplaatst in de tijd dat de Engelse Landschapsstijl in zwang was. Een slingervijver waarin het huis spiegelde. De grond werd gebruikt voor "het bergje". Op het bergje stond altijd het tuinhuis, meestal draaibaar. De plaats was altijd zo gekozen dat de koepel vanaf de openbare weg zichtbaar was. 90% van de koepels in de provincie Groningen gingen verloren omdat de boeren er niet meer in gingen zitten daar ze telefonisch bereikbaar dienden te zijn voor het bedrijf. Verval begon daarom na de oorlog en vanaf de jaren '60 waren de meeste verrot en werden afgebroken. In Gemeente De Marne bleef geen enkel tuinhuis over. De tuinhuizen te Hornhuizen en te Leens (Verhildersum en Oosterhouw) betreffen verplaatste tuinhuizen.

De rentenierswoning Welgelegen, meestal aangeduid als boerderij Welgelegen, zag er tot de oorlog weelderig uit en was rijk voorzien van ornamentuur. Hoewel de boerderij een aantal hectares land bezat, was dit land verhuurd en de boerderij werd als voornaam woonhuis gebruikt voor de rentenierende landbouwers. Grote weelde in de landbouwsector was in het midden van de 19e eeuw onstaan door overschakeling van veeteelt naar akkerbouw. Zoals het met de tuinhuizen in de provincie slecht afliep (zie hierboven), zo liep het op Welgelegen daarenboven ook met de ornamentuur aan het huis slecht af. De ramen werden vervangen, het riet met platen belegd, de prachtige houten attiek van het dak gehaald, balcon verwijderd, deurpartij versimpeld, stoep onder de grond gelegd, rijke stucwerk "weggeschilderd" en tuin werd gehalveerd, waarbij bergje met tuinhuis verdween.

Het nieuwe tuinhuis kunnen we eclectisch noemen. Eenvoudiger dan het tuinhuis in de tuin van Verhildersum. Een vierkant tuinhuis met een ingezwenkt (Chinees geïnspireerd) dak met royaal overstek. Een balustrade rond het tuinhuis heeft hetzelfde kruismotief van de attiek op het dak. De ramen met kruisverdeling zijn aan de bovenzijde afgerond. Vierkante tuinhuizen kwamen in de jaren van de bouwtijd van Welgelegen (1865) het meest voor.

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
    Nog te bouwen tuinhuis
     
AANBEVOLEN STINZENPLANTEN VOOR WELGELEGEN
   

Na inventarisatie van stinzenplanten bij borgen en boerderijen in de omgeving en diversiteit voor het gebied nastreven komen we tot onderstaande soorten. Met het oog op de soorten die bij de andere borgen groeien, komen de volgende soorten het meest in aanmerking:

De soorten met plantaanwijzingen: Galanthus elwesii vermeerderen tot en tijdens bloei. Galanthus nivalis 'Plena' Hyacinthoides non-scripta (eventueel H. hispanica) Lilium martagon vermeerderen bij opkomst of laat in herfst Colchicum byzantinum Vermeerderen alleen tijdens de bloei Narcissus 'Van Sion' (de dubbele gele) Van de narcissen moeten alle kleuren verdwijnen. Zuinig zijn op de dubbele gele. Dit is het eeuwenoude ras 'Van Sion' Aanschaffen (betrekken van een oud boerenerf): de Narcissus poeticus of de Narcissus poeticus 'Actaea". (de fazantenoognarcis). Vooral planten op lichte plekken in berm en slootwallen. Deze narcis verdraagt uitdroging slecht en moet dus niet uit de winkel worden aangeschaft! Dit geldt ook voor sneeuwklokjes. Door jaarlijks de bolgewassen vlak voor of eventueel tijdens de bloei te vermeerderen (opnemen en splitsen kan de tuin al na een vijftal jaren beroemd worden vanwege bepaalde soorten stinzenbollen. Alleen met menselijke hand kunnen kleine hoeveelheden zeer snel worden uitgebreid. Op alle plaatsen waar een bepaald stinzenbolgewas massaal voorkomt is er eens iemand bezig geweest met verplanten omdat hij of zij er plezier aan beleefde!

 
Zie ook: STINZENPLANTEN   Narcissus poeticus