DIEREN IN DE PARKTUIN


Vrijlopende dieren in een opengestelde tuin moeten aan verschillende kriteria voldoen: ze mogen geen grote schade aanrichten en bezoekers moeten er niet bang voor hoeven te zijn. Honden kunnen gemakkelijk even in een hok worden gezet op momenten dat er bezoekers zijn. Met gevogelte ligt dat niet zo gemakkelijk. Op geiten in tuinen mag van mij een verbod komen: ook al is er voldoende gras te eten dan nog zullen ze eerst boombast gaan eten, wat de boom niet overleeft. Kippen en zelfs krielkippen krabben de tuin kapot en eten de moestuin leeg. Voor ganzen zijn veel mensen bang evenals voor kalkoenen. Kaapse eenden poepen teveel. Om de dieren aan de plek te binden worden ze 's morgens en 's avonds gevoerd. Met onderstaande dieren hebben we nooit problemen.  

   
Kwakereenden  
De zogenaamde Hollandse kwaker is een erg tamme eend en goed erf-vast. De kwaker is al een oud-Nederlands eendenras. Ze beginnen vanzelf hard te kwaken als ze eten wensen. Hun jongen verzorgen kunnen ze niet. Opsluiten in een hok met ren en waterbad is nodig als de jongen in leven moeten blijven.  
     
Parelhoenders    
Prima dieren in de tuin. Alleseters; reden waarom in de Parktuin geen naaktslakken voorkomen en de Hosta's niet zijn aangevreten. Ze slapen hoog, zodat vossen er niet bij kunnen en krabben de tuin niet stuk. Slechts op een plaats maken ze een kuiltje om te zonnen. Ze maken een prachtig mitraillerend geluid, dat door de buren niet echt op prijs wordt gesteld. Niet erfvast: ze maken regelmatig uitstapjes buiten de tuin, maar komen in de namiddag altijd weer terug. Ook parelhoenders verzorgen hun jongen niet zo goed. Eieren onder een broedse kip leggen is de beste methode om jongen te krijgen en te behouden.    
   

Tegeltableau in de schouw van boerderij Westerhouw

Zwartvleugelpauwen  

Pauwen zijn echt edele dieren. Ze blijven van slakroppen af, maar zuiveren de tuin van fuchsia's en dahlia's. Niet erfvast: ze leggen grote afstanden af, maar komen 's avonds weer terug om te eten en hoog in een door hen uitgezochte boom te slapen. Ze produceren indringende schreeuwen. Daarom zijn ze niet geschikt voor een tuin binnen de bebouwde kom.

 
   
Duiven  
Als kind mocht ik geen duiven omdat het regenwater in de goot schoon moest blijven voor de komst van leidingwater. Nu is er een duiventil in aanbouw. Witte Hollandse meeuwen zijn rank en snel, zodat de kans klein blijft dat ze door roofvogels worden gepakt. De til staat ver genoeg van het huis dat de goten niet worden bevuild met uitwerpselen.  
     
Koikarpers    

In de vijver in de kas, beschermd tegen reigers zwemmen al 10 jaar een aantal koikarpers, samen met goudvissen. Vanwege het opwoelen van de bodem, moet het water eens per jaar worden ververst. In de winter blijft het water glashelder als de dieren rustig zwemmen en niet grondelen.