Spelregels croquetspel


AANTAL PERSONEN

Croquet wordt gespeeld door 2,3,4,6 of hoogstens 8 personen, in teams of iedere speler voor zichzelf. Indien de teams ongelijk in spelesaantal zijn, speelt 1 persoon met 2 ballen. Er wordt om de beurt gespeeld, zowel in teamverband als individueel. De speler die het eerst de eindpiket bereikt is winnaar.

HET VELD

Allereerst worden de piketten en poortjes uitgezet op een veld van ongeveer 12 tot 15 meter lang en 7 tot acht meter breed. De afmetingen kunnen aangepast worden aan de beschikbare ruimte..

SPELREGELS

Elke speler neemt een hamer en een bal van dezelfde kleur. De spelers loten over de volgorde van spelen. Het spel beging bij piket 1 door met de hamer de bal volgens de volgorde op het diagram door de poortjes te slaan. De bal moet geslagen worden en niet geduwd. Indien een speler de bal duwt gaat zijn beurt voorbij. In de beginbeurt van iedere speler mag hij drie maal slaan. Wanneer hij faalt bij een slag is de volgende speler aan de beurt. Wanneer een speler er in slaagt zijn bal onder een poortje in de juiste volgorde te spelen, mag hij nog eens slaan. Indien hij twee poortjes in de juiste volgorde passeert krijgt hij twee slagen extra. Zijn beurt eindigt wanneer hij er niet in slaagt de bal te raken of als hij een poortje mist. Nadat het eerste poortje is gepasseerd mag iedere speler die met zijn eigen bal een andere bal raakt "croquetteren" of "roquetteren" of twee slagen nemen. (Dit staat in de gebruiksaanwijzing die hier staat geprint; volgens mij is het zo dat de speler van de geraakte bal mag croquetteren etc.)

- Croquetteren De eigen bal wordt tegen de zojuist graakte bal geplaatst Met de voet op de eigen bal wordt deze met de hamer geslagen, zodanig dat de bal van de tegenstander beweegt. Na het croquetteren mag de speler nog eens slaan. Hij verliest dit voorrecht wanneer hij zijn eigen bal onder zijn voet wegslaat, of wanneer een andere bal wordt geraakt.

- Roquetteren De eigen bal wordt tegen de zojuist geraakte bal geplaatst De eigen bal wordt tesamen met de andere bal weggeslagen in dezelfde richting. Na het roquetteren mag de speler nog een slag doen.

DE WINNAAR

De speler die in de juiste volgorde de poortjes is gepasseerd en de tweede piket heeft bereikt moet opnieuw in tegengestelde richting terugspelen tot hij de eerste piket weer heeft bereikt. Degene die het eerst deze beginpiket heeft bereikt is winnaar en mag zich terugtrekken of verder spelen. Indien hij doorspeelt wordt hij een "rover". Een rover moet croquetteren wanneer hij de bal raakt van tegenstander of van teamgenoot. Hij kan deze bal in goede of verkeerde richting spelen, afhankelijk of deze bal van een tegenstander of van een teamgenoot is. Een speler die geen rover is en met zijn bal de bal van een rover raakt verspeelt zijn beurt.