artikelen index / bibliotheekindex

'Maxima' en de prinselijke tuin


Rosa 'Alba Maxima', ook aangeduid als Jacobietenroos, is een roos met een lange cultuurgeschiedenis. (Jacobieten zijn aanhangers van de Stuarts; Engeland, eerste helft 18e eeuw). Een roos die aan de lijst met stinzenplanten zou kunnen worden toegevoegd: de plant groeit op oude cultuurplekken en weet zich zonder menselijke activiteit goed in stand te houden, zelfs als de betreffende tuin al jaren als schapenweide dienst doet. Deze roos is, als alle rozen uit de alba-groep, direct te herkennen aan een sterke geur en zeegroen blad. De nomenclatuur wisselt nogal: in de meeste beschrijvingen staat Rosa alba 'Maxima'; in de nieuwste Plantenvinder voor de lage landen, gestoeld op Van Laar en Fortgens vinden we Rosa 'Alba Maxima'. (In de nieuwste editie staan in dit boek meer dan 50.000 planten met de juiste schrijfwijze en waar genoemde planten te koop zijn.) Iedere rechtgeaarde liefhebber behoort dit boek van Uitgeverij Terra in de kast te hebben.   prinsentuin open van zonsopgang tot zonsondergang

Boeken over rozen beslaan een meter plank in de Bibliotheca Oosterhouwensis. Dat lijkt veel, maar gezien de hoeveelheid rozenboeken waarvan er jaarlijks nog bijkomen, is dat weinig. Nog altijd is de roos de meest populaire bloem. Hernieuwde belangstelling heeft er voor gezorgd dat veel oude rozen weer goed verkrijgbaar zijn. Van rozen zijn de jaartallen van het in cultuur komen meestal bekend; toch moeten we bij historisch juiste toepassing niet alleen naar jaartallen kijken. Ook de sociale status van het pand ten tijde van de eerste bewoners kan dienen als uitgangspunt. Doorbloeiende (geënte) rozen waren duurder en alleen voor de rijkeren betaalbaar. Rozen op eigen wortel werden geplant door de gewone man. Gehybridiseerde rode rozen kwamen voor 1900 niet voor. Deze kleur kan dus in een Renaissance- of Baroktuin niet worden toegepast. Jammer dus dat we in de Renaissance-reconstructie (1934) van de (mooie!) Prinsenhof uit 1626 in het centrum van de stad Groningen direct tegen een knalrode roos aanlopen met de naam 'Mies Bouwman'. Naast rozen zijn in deze tuin een prachtige zonnewijzer uit de tijd van Willem IV (1730) te vinden en in buxus geknipte initialen van voorouders van W-A. Over wat hij noemt "de kunstigste zonnewijzer in Nederland" heeft E.L.H.Roebroeck een boekje met uitleg geschreven: De zonnewijzer op de Prinsenhofpoort te Groningen. Uurlijnen, datumlijnen, daglengten, hoe lang de zon nog schijnen zal en geschenen heeft en de tijd van op- en ondergang van de zon, ofwel de daglengte zijn op deze bijzondere en ingewikkelde zonnewijzer af te lezen.

Om op de roos terug te komen: met 'Maxima' ligt de historisch juiste toepassing eenvoudig. De roos is al zo lang in cultuur (voor 1500) dat de plant bijna overal kan worden toegepast. Als struikroos en als leiroos. (klimroos is een onjuist woord; hij klimt niet, maar moet worden geleid). De Jacobietenroos of Cheshire-roos, ook wel Great Double White genaamd, geurt sterk. In het vierdelige in leer met goudopdruk in groot formaat gebonden Taalryk register der plaat- ofte figuur-beschryvingen der bloemdragende gewassen door J.H.Weinmann en vertaald door Johannus Burmannus (1748) wordt gesproken van "witte roos met eene gevulde bloem", "groote gemeene witte roos", "campaansche roos" (Plinius), "witte in tuinen groejende roos"(Gesner) "witte huislyke roos" (Mathiolus) en "gevulde en halfgevulde witte roos" (Burmannus). Waarschijnlijk wordt hier de Rosa 'Alba Semiplena' bedoeld, waarvan de 'Maxima' een sport is. Terugmuteren komt ook regelmatig voor, zodat we het eigenlijk over dezelfde roos hebben. De roos is niet geschilderd door Redouté. Is 'Maxima' te burgerlijk? Had Joséphine deze roos niet in haar collectie? De Jacobietenroos pronkt wel in Parktuin Oosterhouw en is afkomstig van de boerderij Doornbosheert te Zuurdijk, waar deze al sinds mensenheugenis stond. Zelfs toen het betreffende tuingedeelte door schapen werd begraasd bleef de roos nog staan. 'Maxima' is ijzersterk.

 

In het bruidsboeket bij het koninklijk huwelijk op 02-02-02 troffen we deze roos niet aan: de bloeitijd is eind juni. Het bruidsboeket van Prinses Beatrix bestond indertijd uit onder meer Eucharis, door journalisten niet herkend en daarom werd deze aristocratische bloem uit de Andes in Colombia toen in de pers onbedoeld vernederend aangeduid als "platgeslagen narcis".

Klaas T. Noordhuis